Ezel en Kat zaten samen voor het smeulende haardvuur. Ze hadden net een spetterend feestje achter de rug.
“Slaaplekker!” kraaide Haan.
“Welterusten!” blafte Hond.
“Slaapzacht!” antwoordden Kat en Ezel in koor.
Kat zuchtte.
Ezel zuchtte ook.
De laatste vlammen in het haardvuur doofden en het hout veranderde van oranje naar zwart.
Kat schoof wat dichter naar het vuur om de laatste warmte op te vangen.
Ezel schoof ook wat dichter naar het vuur.
Kat ging op zijn rug liggen en begon te spinnen.
Ezel ging ook op zijn rug liggen en probeerde te spinnen.
Kat opende een oog en kuchte.
Ezel kuchte ook.
Met een ruk ging Kat recht zitten.
Ezel opende zijn ogen en toen hij zag dat Kat recht zat ging hij ook recht zitten.
“Waarom doe jij me steeds na?” vroeg Kat.
“Dat doe ik niet,” antwoordde Ezel.
“Dat doe je wel,” zei Kat.
“Dat doe ik niet,” zei Ezel.
“Ezel, liegen mag niet. Dat is tegen de regels.”
“Lieg jij nooit?”
“Neen, ik lieg nooit.”
“Oh, oké dan.”
“Waar deed je me dan na?”
“Gewoon.”
“Ezel?!?”
“Wel, ik wil gewoon net zo gelukkig zijn als jij. Je lijkt me altijd zo gelukkig. Alsof er niets op de hele wereld je kan stoppen. Jij bent zo gelukkig dat iedereen begint te glimlachen als je in de buurt bent. Zo gelukkig ben je! En ik wil ook zo gelukkig zijn.”
“Ben jij dan niet gelukkig?”
“Euh… jawel, maar jij bent gelukkiger. Zo gelukkig dat je altijd geluk hebt. Ik wil even gelukkig zijn.”
“Hoe weet jij nou dat ik gelukkiger ben?”
“Als ik in de buurt ben beginnen de mensen niet te glimlachen.”
“Maar je bent toch gelukkig, amigo?”
Ezel knikte.
“Dat is toch het belangrijkste?”
“Dat weet ik niet.”
Kat keek Ezel verbaasd aan en zuchtte.
Ezel zuchtte ook.
Kat krabde zich op zijn kop.
Ezel krabde zich ook.
Kat keek naar Ezel.
Ezel keek naar Kat.
“Weet je het al?”
Ezel schudde zijn kop. Kat en Ezel staarden terug in het vuur.
“Weet je,” zei Ezel, “het helpt toch niet.”
“Wat?”
“Hoeveel ik je ook nadoe, ik word er niet gelukkiger door.”
“Probeer eens aan iets leuks te denken.”
Ezel dacht na. Hij dacht aan vlinders en zon. Hij dacht aan al zijn vrienden en het feestje.
Ik ben toch ongelofelijk gelukkig, dacht hij.
Plots bulderde Ezel van het lachen.
“Wat?” vroeg Kat.
Ezel lachte.
“Wat?!” vroeg Kat.
Ezel lachte.
“Waaaaaaat?!?” riep Kat.
“Ik bedacht net dat ik een idioot ben,” zei Ezel.
“Dat wist ik al, hoor, “ zei Kat.
“Misschien ben je daarom zo gelukkig,” zei Ezel.
Kat zat met open mond naar Ezel te kijken.
“Slaapzacht,” zei Ezel en ging naar bed.
Kat bleef zitten en staarde naar het haardvuur dat nu koud begon te worden.
“Wat is geluk?” dacht hij.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten