dinsdag 1 september 2009

Blog blog blog

Deze blog is inmiddels verhuisd naar: http://muireannz.wordpress.com/

donderdag 30 oktober 2008

Herfst

Het is een heerlijk zicht. Al die bladeren die verkleuren en dan van de bomen dwarrelen. Altijd als ik door de straten wandel krijg ik zin om naar een bos te gaan en daar in de bladeren te gaan spelen. Het doet mij terugdenken aan mijn kindertijd.
Ik heb altijd veel gehad met de seizoenswisselingen. Ik was altijd de eerste om mede te delen dat er een nieuw seizoen op komst was. Als 21 september voorbij was en er was nog geen blad van de bomen gevallen, dan ging ik gespannen op zoek naar het eerste blad dat ik zou zien dwarrelen...

Vorig jaar heb ik rond deze periode met mijn klasje waar ik toen stage deed, het was een eerste leerjaar, een herfstwandeling gemaakt. Het hoofdthema was zintuigen en het is verbazingwekkend hoe erg je zintuigen je vanalles over het seizoen kunnen vertellen. Dat heb ik toen ontdekt...
Weet jij hoe de herfst klinkt? Hoe de herfst ruikt? Hoe de herfst voelt of proeft? Ik denk dat we allemaal weten hoe de herfst eruit ziet. Maar wat met de andere zintuigen? Het is alleszins heerlijk om de seizoenen met al je zintuigen te beleven. Een kleine uitdaging ook ;-)

maandag 29 september 2008

Alice

Ze zaten in de trein en keken elkaar niet aan. Elk bezig met zijn eigen bezigheid. Het deed een ongemakkelijk gevoel ontstaan in Alice' buik. Dit was niet zoals het hoorde te zijn. Zij en haar jongere zusje hadden altijd een goede band gehad. Jarenlang waren ze niet uit elkaar te slaan. Altijd hadden ze elkaar iets te vertellen, maar nu... die kille stilte.
Alice sloeg haar ogen op en keek naar haar zusje tegenover haar. Die zat met haar neus in een dik boek. Alice herkende het boek. Ze had hetzelfde boek een aantal maanden geleden gelezen en haar zusje aangeraden. Toen ging alles nog goed. Toen waren er nog geen plannen.
"Vind je het een mooi boek?", vroeg Alice.
Haar zusje keek op. Ze wierp haar een redelijk vernietigende blik toe. "Mja, valt wel mee. Ik had er meer van verwacht." Ze zuchtte en las verder. Terug die kille stilte.

Alice keek naar buiten. Het landschap gleed voorbij. De regen viel op de ruit. Het was alsof het weer huilde in haar plaats. Ze keek terug naar haar zusje dat nog steeds geconcentreerd met het boek bezig was.
"Nell, ik moet je wat vragen."
Nell zuchtte en keek terug op. "Wat dan?"
Alice aarzelde. Zou ze haar gedachten, haar gevoelens ter sprake brengen. Het deed pijn om dat te denken. Een paar maanden geleden had ze zeker gewoon haar probleem ter sprake gebracht. "Nou," begon ze, "er zijn een paar dingen die ik met jou wil bespreken."
Nell keek haar uitdagend aan. Laat maar komen, stond er in haar ogen te lezen. Mij doe je toch niets meer.
"Ik vraag me af wat er is gebeurd tussen ons dat we zo kil tegen elkaar doen."
"Het ligt alleszins niet aan mij," antwoordde Nell.
"Maar..."
Nell legde haar boek neer op haar schoot. "Niet te maren, Alice. Je weet goed genoeg waarom het mis loopt."
"Vertel het mij dan, want ik weet het echt niet!" Alice was bijna wanhopig. Ze wilde zo graag dat het terug was zoals hiervoor. Voor de plannen.
"Wel, als je het dan echt zelf niet ziet. Alice, jij bent er gewoon niet meer voor mij! Altijd ben je weer bezig met dat stomme huis van jou! En met jouw verloofde en jouw toekomst en... Maar voor mij is er geen plaats meer in jouw nieuwe leven."
Alice slikte. Dit had ze niet zien aankomen. Of toch... Ze had het zelf heel jammer gevonden dat ze het zo druk had en minder tijd kreeg om met Nell gekke dingen te doen zoals vroeger. Maar zij had gehoopt dat het na de verhuis allemaal weer bij zou trekken.
"Ik heb wel tijd voor jou, Nell. Als je problemen hebt of je wilt mij wat vertellen dan ben ik er nog steeds voor jou!"
"Daar lijkt het alleszins niet op. Zeg nou zelf Alice. Wanneer heb ik de laatste keer echt met jou gepraat? Wanneer heb je mij nog eens gevraagd hoe het met mij ging? Wanneer heb je nog eens echt tijd gemaakt voor mij?"
Alice dacht na. "Nell, ik vraag altijd hoe het met jou gaat als ik terug thuis kom. Jij zegt altijd dat alles goed is. Ik heb heus wel tijd voor je als je maar zou zeggen dat je me wilt spreken. Het is inderdaad niet meer zo dat ik veel thuis ben en zomaar ter beschikking sta van iedereen, maar dat wil toch niet zeggen dat ik niet meer met jou wil praten?"
Nell keek haar kwaad aan. "Je snapt het echt niet hè, Alice. Mama zegt het ook. Vroeger konden we allemaal bij jou terecht. Je hielp ons zoveel! Maar sinds die verloofde van jou erbij is gekomen, hebben we je geen seconde voor ons meer. Hij is er altijd bij."
Alice schrok. Dus dat was het probleem! Maar mocht ze dan niet iemand hebben die van haar hield? Die om haar gaf? Die bij haar wilde zijn, met haar zijn leven delen? Mocht ze geen eigen leven opbouwen? Ze probeerde het stilletjes naar voren te brengen.
Nell keek haar nog nijdiger aan. "En dat hoort er allemaal bij zeker. Dat jij ons in de steek laat? Nou, ga je gang maar. Leef je eigen leven. Mij intereseert het allemaal niet meer." Ze nam haar boek op en las verder.
Alice zat als versteend op de bank. De adem stokte in haar keel en het was alsof een heleboel zekerheden uit haar handen gleden. Haar familie, haar eigen familie waar ze zoveel voor gedaan had, die ze zoveel had gegeven ... gunde haar de vrijheid niet.

vrijdag 29 augustus 2008

Verleden

Als ik de lijnen op papier zet
is het alsof ik snij
in de banden met mijn verleden
En toch moet ik
steeds achterom kijken
om de pijn te voelen
en te begrijpen
Want toch zal ik
ermee moeten leven.

donderdag 28 augustus 2008

In het licht van de maan (3)

Haan en Hond waren op reis. Kat wist waar ze heen waren, maar Ezel niet. En dat vond hij niet fijn.
“Waar zijn Haan en Hond?”
“Op reis.”
“Waarheen.”
Kat keek op. “Dat weet je toch?”
“Neen, jij wil het me niet vertellen. Daarom vraag ik het je.”
“Ezel, als ik je werkelijk iets niet wilde vertellen, dan zou ik het ook niet zeggen als je het me vroeg. Al vroeg je het honderd keer.”
“Dan vraag ik het gewoon honderd en een keer.”
Kat zuchtte.
Ezel bleef Kat verwachtingsvol aankijken, maar toen Kat niets meer zei, vroeg Ezel: “Waar zijn Haan en Hond?”
“Op reis. Dat heb ik je toch al vertelt!”
“Waarheen?”
“Dat weet je toch, Ezel!”
“Zou ik het vragen als ik het wist?”
“Ja.”
Ezel dacht na. “Je hebt gelijk,” zei hij toen, “Maar kan je mij nu niet gewoon antwoord geven?”
“Neen, je weet waar ze heen zijn, dus ik geef je geen antwoord.”
“Je weet het zelf niet!”
“Jawel!”
“Waarom zeg je het dan niet?”
“Omdat ik daar geen zin in heb!”
“Dan weet je het niet!”
“Ze zijn naar de Goede Fee, oké!”
“Zie je wel dat je het vertelt als ik het vraag. Ook al wil je het niet vertellen.”
Ezel rekte zich uit en liep naar buiten. Kat liet hij verbaasd achter.

In het licht van de maan (2)

Kat zat aan tafel en schreef een brief.
Beste Beer,

Het is al een tijdje geleden dat ik een brief van je kreeg. Maar het is dan ook al een tijd geleden dat ik jou nog heb geschreven.

Plots voelde Kat een vreemde wind op zijn wang.
Zou de deur nog open staan, dacht hij. Hij keek opzij en zag zichzelf in de grote ogen van Ezel.
Kat gilde.
Ezel gilde ook.
Kat stopte met gillen en keek naar Ezel. Ezel holde de hele kamer rond en bleef maar gillen. Toen hij stopte keek hij naar Kat.
“Je deed me schrikken!” riep hij verontwaardigd.
“Jij mij ook,” antwoordde Kat.
Ezel kwam terug naast Kat staan.
“Wat doe je?” vroeg Ezel.
“Ik schrijf.”
“Dat zie ik ook! Wat schrijf je?”
“Ik schrijf een brief naar Beer,” antwoordde Kat. Hij nam zijn pen terug op en schreef verder. Toen de brief af was, stak Kat hem in een enveloppe en schreef er zorgvuldig op:
Aan Beer.
Toen dat was gebeurd liep Kat naar het raam. Hij deed het open en gooide de brief naar buiten. De wind nam de brief meteen mee om hem aan Beer te geven.
“Waarom krijg ik nooit post?” vroeg Ezel.
“Misschien is het omdat jij nooit brieven schrijft.”
Ezel dacht daarover heel diep na en zei toen: ”Dan ga ik nu een brief schrijven naar Beer.”
Kat schudde zijn hoofd en liep de kamer uit. Ezel nam een blad en een pen. Toen begon hij te schrijven.
Beste Beer,
Ik krijg nooit post. Daarom schrijf ik een brief naar jou.
Ik zou heel graag een brief terug krijgen. Schrijf je een brief naar mij?
Ik weet eigenlijk niet wat er zoal in een brief moet staan.
Schrijf jij een brief terug naar mij?
Omdat ik verder niets meer weet te vertellen zal ik maar stoppen met schrijven. Schrijf je zeker een brief terug naar mij?
Groetjes van
Ezel
Ezel vouwde de brief op en stak hem in een enveloppe. Net als hij Kat had zien doen, schreef hij op de enveloppe:
Aan Beer.
Daarna gooide hij hem naar de wind. Ezel ging aan het raam zitten en wachtte. Maar toen het donker werd en zowel Hond, Haan als Kat naar bed waren gegaan was er nog steeds geen brief voor Ezel gekomen. Kwaad ging hij naar bed.
Toen hij de volgende morgen opstond was hij nog steeds kwaad.
“Wat is er, Ezel?” vroeg Haan.
“Ik heb gisteren een brief gestuurd naar Beer, maar hij stuurde nog steeds geen brief terug!” zei Ezel kwaad.
“Misschien heeft hij tijd nodig om een brief te schrijven,” zei Hond, “Het is niet makkelijk om brieven te schrijven, weet je.”
Daar moest Ezel nog eens over nadenken. Hond had gelijk. Het was inderdaad niet makkelijk om brieven te schrijven. Hij wist zelf ook niet wat hij naar Beer had moeten schrijven. Ezel besloot om Beer rustig zijn brief te laten schrijven. Ondertussen zou hij een wandeling maken en op bezoek gaan bij Roodkapje.

Toen Ezel ’s avonds laat terug kwam van Roodkapje, lag er op tafel een enveloppe. Met sierlijke letters stond er op geschreven:
Aan Ezel
Ezel sprong bijna een gat in de lucht. Snel opende hij de enveloppe en begon te lezen.
Beste Ezel,
Zoals je ziet heb ik inderdaad een brief terug geschreven. Het is heus niet nodig om dat drie keer te schrijven. Ik was zeer blij om een brief van je te krijgen.
Hoe gaat het trouwens met je? Ik hoorde van Kat dat jullie binnenkort een feestje houden. Ik hoop dat ik je dan nog eens zie.
Hier is alles trouwens heel goed. Goudlokje woont hier niet ver vandaan en komt af en toe nog eens op bezoek. Ik moest je de groeten doen van haar. Verder heb je ook nog de groeten van mama Beer en kleine Beer.
Ik hoop snel weer een brief van je te krijgen.
Groeten van
Beer.
Ezel was zo blij met zijn brief dat hij meteen iedereen uit bed ging roepen. Kat was blij om het te horen, maar Hond en Haan sliepen bijna direct weer. Ezel besloot om de volgende dag een brief terug te schrijven en ging slapen. De brief heeft hij onder zijn kussen gestopt en wie weet ligt die daar nu nog…

De weg

De weg
Die ik heb gelopen

Zat vol hobbels, bobbels, kuilen.

Die weg

Vol hindernissen

Heb ik achter me gelaten.

Maar voor mij

Ligt het nog onbekende

Vol kruispunten en splitsingen


Ik loop

Met onzekere passen

Met grote schreden

Al huppelend

Struikelend en vallend
De weg die voor mij ligt.

Waar hij mij brengt

Weet ik niet.

En misschien is dat

Maar beter zo.