Zoals elke dag van mijn stage zat ik met mijn mentor samen aan tafel om mijn lesvoorbereidingen voor de volgende dag te bespreken. Ik heb mijn stage gegeven op een katholieke school – waar ik zelf mijn lagere schooltijd heb doorgebracht. Ik zit ook op een katholieke hogeschool en daar is de keuze voor een katholieke lagere school doodnormaal.
We waren een les aan het bespreken over bidden.
“Heb jij van thuis uit de gewoonte om te bidden?”
Ik zat eerst heel vreemd te kijken omwille van die vraag. Mijn mentor is een zuster in een klooster van de Katholieke Kerk. Wat moet je dan op die vraag gaan antwoorden? Ja mevrouw, maar ik bid niet op dezelfde manier als Christenen. Zeker dat je dan op een discussie over geloven uitkomt. En ik heb geen zin om te gaan uitleggen dat ik niet geloof in de Christelijke God met al zijn almachtigheid. Zeker niet tegenover een vertegenwoordigster van datzelfde Christelijke geloof.
En zo komen we aan bij het grote probleem dat in Vlaanderen heerst. Het heeft een heel stuk te maken met de Vlaamse, zoniet Belgische geschiedenis (maar aangezien ik niet weet hoelang België nog zal bestaan, houd ik het op Vlaamse geschiedenis)
De geschiedenis van ons onderwijs begint met het oprichten van scholen door kloosterordes. Zo had je de katholieke kloosters – Broeders van Liefde, Zuster van Liefde, … - die scholen oprichten, maar je had ook de Jezuïeten die scholen gingen oprichten. Op dat moment was Vlaanderen nog een provincie van Nederland (of elk ander land dat ondertussen zijn gretige klauwen naar het rijke Vlaanderen uitsloeg)
Toen België uit een revolutie geboren werd en de grondwet werd opgesteld kwam daarin het volgende te staan:
"Het onderwijs is vrij"
Wat daarmee werd bedoeld is gedurende de hele Belgische geschiedenis redelijk betwist. Uiteindelijk is het hierop neergekomen:
"Iedere ouder mag zelf kiezen in welk instituut hij/zij, zijn/haar kind onderwijs laat volgen.
Iedere Belg is vrij om onderwijs in te richten."
Op die manier krijg je natuurlijk heel wat scholen die als paddestoelen uit de grond schieten, ware het niet dat onderwijs inrichten zoveel geld kost!
Toen er nog geen leerplicht was, waren scholen dus echt voor de elite. En er bestonden alleen christelijke instituten! Zodra in 1914 alle kinderen tussen zes en twaalf jaar verplicht waren onderwijs te krijgen (cfr. Leerplicht, geen schoolplicht) kwam er een conflict op gang. Onderwijs koste enorm veel geld en dus ging de staat scholen oprichten, waar kinderen onderwijs konden genieten – gratis! Dat ging natuurlijk in tegen de eer van het christelijke onderwijs, dat al jaren had gefloreerd met zijn kwaliteitsonderwijs en nu zijn cliënteel kwijt raakte aan de staatsscholen.
Waar het op neer komt is dat de volgende situatie werd gecreëerd in Vlaanderen: je hebt de vrije scholen – waar de staat helemaal niets in de pap te brokken heeft, behalve wat betreft dan de eindtermen (wat leerlingen op het einde van het zesde leerjaar moeten kennen) en in ruil krijgen de vrije scholen subsidies; de gemeente- en provinciescholen – die opgericht zijn door gemeente of provincie en geld krijgen van de staat; en als laatste de gemeenschapsscholen – die zijn opgericht door de gemeenschappen en waar alles door de gemeenschappen gefinancierd wordt!
Maar nog steeds is er een groot verschil tussen vrije scholen en scholen die opgericht zijn door staatsinstellingen. Vrije scholen hebben jaren, tot in 1998, kunnen geven wat zij wilden. Zij bepaalden hun leerinhouden, hun leerstof, hun normen. En het is en blijft een feit dat deze scholen kwalitatief beter onderwijs inrichtten. Echter, in 1998 kregen we de eindtermen. Daarin staat wat leerlingen van 12 jaar in een gewone basisschool bereikt moeten hebben om hun getuigschrift te krijgen. Dit is een poging van de staat om de drie netten op gelijk niveau te krijgen.
Ja, het is een goede poging geweest, maar nog steeds kiezen veel ouders voor christelijk onderwijs, omdat daar kwalitatief beter onderwijs zou worden gegeven. Daarnaast kom ik uit de generatie kinderen die uit principe naar een katholieke school wordt gestuurd. En daar blijf je dan je hele schoolcarrière in hangen.
Tegenwoordig is het helemaal niet raar meer, in onze multiculturele maatschappij om een ander geloof te hebben op zo’n christelijke school. Maar nog steeds wordt er van de leerkrachten verwacht dat zij het Christelijke geloof aanhangen. Daar ben ik dan een uitzondering op.Geloof blijft redelijk onbespreekbaar in vrije scholen, vooral de katholieke scholen.
En daar sta je dan als ‘jonkie’ met je revolutionaire ideeën over geloof. Dan ga je niet gaan uitroepen dat je een compleet ander geloof hebt dan je medestudenten of collega’s. Dan ga je nog veel minder toegeven dat je helemaal niet in God gelooft.
Hoe reageer je dan als leerlingen je midden in een godsdienstles vragen of je in God gelooft? Je kan toch moeilijk zitten liegen? En wat zeg je als diezelfde leerling je vertelt dat ze helemaal niet geloofd dat een god kan bestaan als ze naar onze maatschappij kijkt. Als ze vertelt dat ze meer belang hecht aan wat er rondom haar gebeurd en aan het nu? En dat terwijl een mentor achteraan in de klas zit die heel actief is in zijn parochie… Achteraf diezelfde leerling stiekem apart nemen en haar op het juiste pad zetten natuurlijk. Of dat pad zo juist is volgens Christenen is mijn probleem niet. Ik ben blij als het meisje mij een paar maanden later komt vertellen dat ze terug gelooft in zoveel mooie dingen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten