Posts tonen met het label collumn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label collumn. Alle posts tonen

donderdag 28 augustus 2008

Ik wil niet meer, laat me los

Het zijn vaak de woorden van een chronisch zieke die genoeg heeft van het gevecht dat toch al lang verloren is. Familie en vrienden hebben het steeds moeilijk met deze woorden; Diep in hun hart weten ze dat het beter is. Tijd om te beginnen aan een volgend groot avontuur. Over wat er daar zal gebeuren zijn de meningen verdeeld. We weten maar een ding: wij blijven achter met een lege plek, met ons verdriet. Want we zullen deze persoon missen.

We komen allemaal in aanraking met de dood op een bepaald moment in ons leven. Het hoort erbij. Maar het wordt zo anders, zo hard, zo gemeen als een dierbaar persoon zelfmoord pleegt.
Op een warme zaterdagnamiddag kwam een vriendin van mijn zusje thuis. Ze was haar sleutel vergeten en belde aan. Niemand kwam open doen. Nochtans was mama thuis. Dat wist ze zeker. Dus ze belde een tweede keer, een derde keer en zelfs een vierde keer. Maar nog steeds kwam er geen antwoord. Dat er iets niet pluis was, wist het kind natuurlijk meteen. Ze nam haar GSM en belde het eerste familielid dat ze kon bereiken. Haar oom kwam even later bij het huis aan en liet haar binnen. Samen gingen ze op zoek naar mama. In de tuin vond het meisje haar moeder eindelijk. Ze had zichzelf opgehangen, omdat het leven haar niets meer te bieden had. Ze laat haar echtgenoot en drie kinderen achter. Haar dochter, die haar vond, moest in shock naar het ziekenhuis worden gebracht. Het meisje besloot zelf om maandagochtend toch maar terug in de klas te zitten waar ze haar eerste eindexamens voor de lagere school zou moeten maken die week.
Maandagochtend was dus een zware taak. De leerkracht had het weekend heel bewust meegemaakt, omdat ze het meisje had bijgestaan in het ziekenhuis en ook om het verder aan de school mee te delen. Toen ze haar leerlingen dit droevige nieuws moest meedelen barstte ze zelf in tranen uit. Deze zware, emotionele maandagmorgen zorgde echter voor een nog sterkere band tussen de leerlingen en een grote steun voor elkaar. Een aantal onder hen kenden de mama, maar sowieso grijpt de dood van iemands moeder op die leeftijd enorm aan.

Wat men echter niet kan loslaten, wanneer men zo’n nieuws verneemt is de vraag: “Waarom doet iemand zoiets?”

Vanzelfsprekendheid

Opdracht in de agenda; tegen overmorgen: maak vijftien foto’s, hierbij kiezen uit een van de volgende drie thema’s: jezelf – maar je mag geen foto’s maken van jezelf; toerist in je eigen huis en je droom. Deze foto’s afprinten en meebrengen naar school.
Het uiteindelijke doel: er worden van alle foto’s die de leerlingen hebben gemaakt enkele gekozen die worden gebruikt in een project.
Dit is een opdracht die werd meegegeven aan dertienjarige leerlingen uit het middelbaar onderwijs…

Voor heel veel schoolkinderen is dit gewoon realiteit. Ze krijgen deze opdracht mee naar huis en mogen beginnen. Natuurlijk is zo’n opdracht maken niet vanzelfsprekend, maar scholen lijken zich daar heel weinig zorgen om te maken.
Ten eerste is niet iedereen in staat om zo’n opdracht tot een goed einde te brengen. Natuurlijk is hij leuk! Wie krijgt niet graag zo’n uitdaging? Maar hij is zeker niet op het niveau van alle leerlingen. Hoeveel leerlingen zullen er uiteindelijk in slagen om goede foto’s mee te nemen naar school die voldoen aan de opdracht? Natuurlijk zullen de leerlingen meer uitleg gekregen hebben op school dan wat er in de agenda staat. Laten we dat tenminste hopen. Ze zullen wel te horen gekregen hebben aan welke criteria hun werk moet voldoen. Wat er uiteindelijk de bedoeling is van dit werk of hoe ze een mooie foto moeten maken. Maar zodra ze aan de slag moeten weten ze niet altijd meteen wat te doen.
Laten we dan nog niet meerekenen dat deze foto’s afprinten wel heel wat geld kost! Het aantal inkt dat verloren gaat bij het afprinten van zo’n foto’s is niet verwaarloosbaar. Zeker als je ook nog wilt zien wat er nu eigenlijk op die foto staat. En in hoeverre wordt er niet onnodig gebruik gemaakt van die hoeveelheid papier! Als er drie foto’s op een pagina geraken is het veel! Want om foto’s mooi en duidelijk af te printen mag je ze niet teveel verkleinen!
En hoe vanzelfsprekend vindt een school het eigenlijk niet dat iedereen thuis een computer MET printer staan heeft? Ja, er leven nog steeds mensen in deze wereld die geen computer en geen printer hebben! Ja, er zijn nog steeds mensen die daar geen geld voor hebben of gewoon geen zin hebben om daar geld in te steken. En wie heeft er thuis een digitaal fototoestel? Tot voor kort hadden wij er geen. Waarom hebben we het wel gekocht? Omdat het ons uiteindelijk makkelijker uitkwam om er wel eentje te hebben, dan om er altijd eentje te gaan lenen. Maar niet iedereen maakt in zijn vrije tijd zoveel foto’s! Dus ook niet iedereen heeft zomaar een digitaal fototoestel liggen. Ook heeft niet iedereen zomaar een gewoon fototoestel liggen. En dat kost nog meer geld om die foto’s te laten afdrukken. Laat staan dat ze op tijd zijn waar ze moeten zijn.

Scholen vinden heel veel dingen zo vanzelfsprekend. Het is vanzelfsprekend dat leerlingen deze opdracht kunnen, dat ze het materiaal thuis hebben en dat er ouders zijn die klaarstaan om hen te helpen. Zo weinig leerkracht staan er werkelijk bij stil dat er kinderen zijn die zo’n opdracht niet aankunnen. Zo weinig leerkrachten beseffen dat niet iedereen in staat is om al het materiaal dat voor zo’n opdracht nodig is aan te kopen. Zo weinig leerkrachten beseffen dat er nog steeds ouders rondlopen met een zware erfenis waardoor zij hun kinderen niet kunnen helpen bij hun huistaak.
Jammer genoeg is niet iedereen zo sterk in schoolse zaken, heeft niet iedereen zoveel materiele mogelijkheden, zijn er nog steeds ouders die geen kansen hebben gekregen en hun kinderen ook weinig kansen kunnen bieden daardoor…
Misschien wordt het eens tijd dat scholen daar aandacht aan besteden dan aan de zoveelste dure en onnodige uitstap…

Look at yourself

Het is best vervelend om me dat te moeten realiseren. Jullie spreken maar af; wij moeten daar maar rekening mee houden. Ik hoor jullie nooit meer vragen of we wel zin hebben om naar Gent te komen. Het is maar zo en jullie doen maar. Hoe kunnen wij jullie dan ooit nog eens zien? Hoe moeten we er dan voor zorgen dat er nog een goed contact is tussen ons. Ik zie haar wel veel op school, maar zij is enkel via mail te bereiken. Zelfs op msn spreek ik haar niet meer. En er is geen een van de twee die V. ook maar aanspreekt. Is zij niet belangrijk meer voor jullie misschien?
Beschuldigingen die naar elkaars hoofd worden gegooid. Het is altijd de andere geweest en nooit jij. Tuurlijk niet jij. Jij hebt niets mis gedaan hoor! Jij bent onschuldig en de hele wereld is tegen jou. Maar ga je dan nooit eens nadenken over jezelf? Geloof je nu werkelijk dat alles wat er gebeurt, dat het niet jouw schuld is? Zijn die mensen op jouw lijst werkelijk allemaal zo slecht dan? En hoe lang is die lijst ondertussen al? Meters? Kilometers? Of maar enkele centimeters? Mensen nemen dingen soms zo voor vanzelfsprekend. Het feit dat je beste vriendin altijd naar je luistert. Het is een vanzelfsprekendheid. Maar als ze dan eens geen tijd heeft om te luisteren, dan is het alsof je een deur tegen je neus krijgt en ben je lekker verontwaardigd. Het is zo vanzelfsprekend dat iedereen je altijd gelijk geeft, want ja, jij hebt nu eenmaal een hogere positie dan de rest. Nemen ze je dingen kwalijk of gaan ze kritiek op je geven: ho maar, dat kan niet hoor! Blijkbaar is het nu de gewoonte aan het worden om jou als pispaal te nemen. Het is zo vanzelfsprekend dat jij de ultieme waarheid spreekt. Als jij iets zegt dan is dat de waarheid. Durft iemand het met een korrel zout nemen of het in vraag stellen dan ben je beledigd. Ze hebben geen respect meer voor jou. Met de woorden van mijn oma: "Leg je hand op je hoofd en kijk wie eronder staat!" Het is niet zo dat jij een heilig boontje bent. Je slaagt er namelijk in om zoveel mensen tegen jou in het harnas te jagen. Zou het dan voor een keer in dit leven... aan jou kunnen liggen?

Integratie - de sleutel tot ons land

In België heb je momenteel nog steeds een immigratiestop. We zitten vol; er is geen plaats meer voor 'buitenlanders'. Zeker niet als ze niet tot de EU behoren en al helemaal niet als ze er anders uitzien dan ons. En toch lijkt het alsof er ieder jaar weer een stroom 'buitenlanders' ons land binnen komen. Tegelijk wordt de discriminatie, de vreemdelingenhaat groter.
Maar we hebben de oplossing gevonden voor het probleem: integratie!

Eigenlijk is integratie maar een duur woord. We gebruiken het de hele tijd in de discussie over allochtonen. Het werd maar eens tijd dat die allochtonen zich integreren. Niemand in ons kleine landje is een racist, toch? Zolang de buitenlanders, die Turken en Marokkanen, die moslims zich maar integreren.
Daar ben ik het volledig mee eens, ware het niet dat niemand nog weet wat het woord integratie nu eigenlijk betekend!

De meeste mensen die met het woord integratie gooien, bedoelen niet meer of minder dan het compleet overnemen van onze waarden en normen. Maar is de Westerse mens dan zo superieur dat iedereen die in ons land wil komen wonen onze waarden en normen moet overnemen? Of moeten wij eerder leren van wat andere culturen ons als meerwaarde kunnen brengen? Is het niet mogelijk dat mensen die hier komen wonen best wat meebrengen dat heel interessant zou kunnen zijn?

Wat betekent integratie nu eigenlijk? Kunnen functioneren in de maatschappij met eigen cultuur en ideeën of gewoon alles klakkeloos overnemen?
Multiculturaliteit kan een meerwaarde zijn als je er geen probleem van maakt.

Aan elk einde een nieuw begin...

Mensen zeggen altijd dat alle goede dingen aan hun einde komen... Ze vragen zich zelfs af waarom. En dan springt plots het liedje 'All good things' van Nelly Furtado in mijn hoofd. Daarbij zingt ze het volgende:
"Flames to dust
Lovers to friends
Why do all good things come to an end
Flames to dust
Lovers to friends
Why do all good things come to an end
come to an end come to an
Why do all good things come to end?
come to an end come to an
Why do all good things come to an end?"

Maar dan is mijn vraag meteen: waarom denken mensen zo negatief over het einde van goede dingen? Als je ze gehad hebt, dan heb je ze toch gehad? Niemand kan je de ervaringen die bij die goede dingen horen nog afnemen. Je hebt de ervaringen, de herinneringen en het goede ervan. Waarom zou dat moeten blijven duren? Het is toch saai als alle goede dingen voor eeuwig blijven duren?

Mensen hebben het zo moeilijk met afscheid nemen. Ze zullen die persoon die ze moeten laten gaan missen. Maar door het te rekken en niet los te willen laten, maken ze het voor zichzelf alleen maar pijnlijker. Het wordt steeds moeilijker om die persoon los te laten. Het wordt steeds moeilijker om afscheid te nemen. En dat niet alleen. Als die persoon werkelijk weg wilt, dan maak je het ook nog eens vervelender voor jezelf. Want het goede dat er eens was, dat verdwijnt. Het slaat om naar iets negatiefs. En daar zit je dan, met je negatieve ervaringen bij iemand waarvan je zoveel hield.
Neen, dan denk ik dat het beter is om los te laten op een moment dat het nog goed gaat. Sommige wegen lopen een tijdje samen om daarna weer hun eigen weg te gaan. Het is niet leuk om afscheid te moeten nemen van die ene weg die zoveel voor je heeft betekent, maar als het jouw weg niet meer is, dan moet je weer alleen verder. Ooit, ooit, kom je toch weer een weg tegen met een even interessante persoonlijkheid die met jou mee wilt wandelen en jou wil vergezellen.

Aan elk einde is er een nieuw begin...
Na elke deur komt een gang die leidt naar een nieuwe deur...
Na elke nacht komt weer een dag...
En uiteindelijk... mag je toch weer genieten van goede dingen!

Kritiek is een kritisch punt

Overal waar je gaat krijg je kritiek op je bord. Vooral op school is kritiek een manier om je aan het nadenken te zetten en om je te laten leren. Echter, daar begint het probleem met kritiek. Leraren geven vaak zo'n negatieve kritiek dat mensen hun hele leven afkeer hebben van een kritisch persoon.

Zelf ben ik een 'liefhebber' van opbouwende kritiek, maar het is al meer dan een keer gebeurd dat ik daarvoor een rekening krijg. En wel deze: je moet niet vallen over kleine details; het is de inhoud die telt; waar jij allemaal over gaat zagen enzovoorts enzoverder...
Kunnen mensen in onze samenleving dan gewoon niet meer omgaan met kritiek of is kritiek gewoon zo'n negatief woord geworden dat men denkt dat je hen gaat afbreken tot op de grond?

Om te beginnen maak ik zelf onderscheid tussen een aantal soorten 'kritiek'.
Je hebt de gewone positieve commentaar. Het enige wat je te horen krijgt is dat het goed is. Dat je zo'n mooi werk hebt geleverd. Dat alles perfect in orde is. Maar waarom is het goed? Geen commentaar.
Je hebt ook negatieve commentaar. Die is hetzelfde als de positieve, met het verschil dat je hier alleen maar te horen krijgt dat het niet goed is; hun smaak niet is of erger. Waarom? Daar mag je naar raden.
Opbouwende kritiek zijn zowel positieve of negatieve opmerkingen waar de persoon aan wie je de kritiek geeft tenminste iets mee is. Je zegt WAAROM het goed of slecht is en geeft tips of extra motivatie om het te verbeteren. Zo kan je groeien in hetgeen je aan het doen bent.
Als laatste heb je natuurlijk ook de negatieve of afbrekende kritiek. Dat is gewoon het werk en de persoon tot op de grond afbreken en er geen stukje van over laten. Vele mensen denken dat dit 'kritiek' is.

Ik kan bijna niet zonder kritiek of zelf iets bekijken zonder er kritiek op te geven. Het liefste geef ik opbouwende kritiek, zodat mensen er tenminste iets mee zijn, maar zijn mensen ook werkelijk iets met opbouwende kritiek als ze er niet voor open staan?

Het probleem van niet-geloven op katholieke scholen

Zoals elke dag van mijn stage zat ik met mijn mentor samen aan tafel om mijn lesvoorbereidingen voor de volgende dag te bespreken. Ik heb mijn stage gegeven op een katholieke school – waar ik zelf mijn lagere schooltijd heb doorgebracht. Ik zit ook op een katholieke hogeschool en daar is de keuze voor een katholieke lagere school doodnormaal.
We waren een les aan het bespreken over bidden.
“Heb jij van thuis uit de gewoonte om te bidden?”
Ik zat eerst heel vreemd te kijken omwille van die vraag. Mijn mentor is een zuster in een klooster van de Katholieke Kerk. Wat moet je dan op die vraag gaan antwoorden? Ja mevrouw, maar ik bid niet op dezelfde manier als Christenen. Zeker dat je dan op een discussie over geloven uitkomt. En ik heb geen zin om te gaan uitleggen dat ik niet geloof in de Christelijke God met al zijn almachtigheid. Zeker niet tegenover een vertegenwoordigster van datzelfde Christelijke geloof.

En zo komen we aan bij het grote probleem dat in Vlaanderen heerst. Het heeft een heel stuk te maken met de Vlaamse, zoniet Belgische geschiedenis (maar aangezien ik niet weet hoelang België nog zal bestaan, houd ik het op Vlaamse geschiedenis)
De geschiedenis van ons onderwijs begint met het oprichten van scholen door kloosterordes. Zo had je de katholieke kloosters – Broeders van Liefde, Zuster van Liefde, … - die scholen oprichten, maar je had ook de Jezuïeten die scholen gingen oprichten. Op dat moment was Vlaanderen nog een provincie van Nederland (of elk ander land dat ondertussen zijn gretige klauwen naar het rijke Vlaanderen uitsloeg)
Toen België uit een revolutie geboren werd en de grondwet werd opgesteld kwam daarin het volgende te staan:
"Het onderwijs is vrij"
Wat daarmee werd bedoeld is gedurende de hele Belgische geschiedenis redelijk betwist. Uiteindelijk is het hierop neergekomen:
"Iedere ouder mag zelf kiezen in welk instituut hij/zij, zijn/haar kind onderwijs laat volgen.
Iedere Belg is vrij om onderwijs in te richten."
Op die manier krijg je natuurlijk heel wat scholen die als paddestoelen uit de grond schieten, ware het niet dat onderwijs inrichten zoveel geld kost!
Toen er nog geen leerplicht was, waren scholen dus echt voor de elite. En er bestonden alleen christelijke instituten! Zodra in 1914 alle kinderen tussen zes en twaalf jaar verplicht waren onderwijs te krijgen (cfr. Leerplicht, geen schoolplicht) kwam er een conflict op gang. Onderwijs koste enorm veel geld en dus ging de staat scholen oprichten, waar kinderen onderwijs konden genieten – gratis! Dat ging natuurlijk in tegen de eer van het christelijke onderwijs, dat al jaren had gefloreerd met zijn kwaliteitsonderwijs en nu zijn cliënteel kwijt raakte aan de staatsscholen.
Waar het op neer komt is dat de volgende situatie werd gecreëerd in Vlaanderen: je hebt de vrije scholen – waar de staat helemaal niets in de pap te brokken heeft, behalve wat betreft dan de eindtermen (wat leerlingen op het einde van het zesde leerjaar moeten kennen) en in ruil krijgen de vrije scholen subsidies; de gemeente- en provinciescholen – die opgericht zijn door gemeente of provincie en geld krijgen van de staat; en als laatste de gemeenschapsscholen – die zijn opgericht door de gemeenschappen en waar alles door de gemeenschappen gefinancierd wordt!
Maar nog steeds is er een groot verschil tussen vrije scholen en scholen die opgericht zijn door staatsinstellingen. Vrije scholen hebben jaren, tot in 1998, kunnen geven wat zij wilden. Zij bepaalden hun leerinhouden, hun leerstof, hun normen. En het is en blijft een feit dat deze scholen kwalitatief beter onderwijs inrichtten. Echter, in 1998 kregen we de eindtermen. Daarin staat wat leerlingen van 12 jaar in een gewone basisschool bereikt moeten hebben om hun getuigschrift te krijgen. Dit is een poging van de staat om de drie netten op gelijk niveau te krijgen.

Ja, het is een goede poging geweest, maar nog steeds kiezen veel ouders voor christelijk onderwijs, omdat daar kwalitatief beter onderwijs zou worden gegeven. Daarnaast kom ik uit de generatie kinderen die uit principe naar een katholieke school wordt gestuurd. En daar blijf je dan je hele schoolcarrière in hangen.
Tegenwoordig is het helemaal niet raar meer, in onze multiculturele maatschappij om een ander geloof te hebben op zo’n christelijke school. Maar nog steeds wordt er van de leerkrachten verwacht dat zij het Christelijke geloof aanhangen. Daar ben ik dan een uitzondering op.Geloof blijft redelijk onbespreekbaar in vrije scholen, vooral de katholieke scholen.
En daar sta je dan als ‘jonkie’ met je revolutionaire ideeën over geloof. Dan ga je niet gaan uitroepen dat je een compleet ander geloof hebt dan je medestudenten of collega’s. Dan ga je nog veel minder toegeven dat je helemaal niet in God gelooft.
Hoe reageer je dan als leerlingen je midden in een godsdienstles vragen of je in God gelooft? Je kan toch moeilijk zitten liegen? En wat zeg je als diezelfde leerling je vertelt dat ze helemaal niet geloofd dat een god kan bestaan als ze naar onze maatschappij kijkt. Als ze vertelt dat ze meer belang hecht aan wat er rondom haar gebeurd en aan het nu? En dat terwijl een mentor achteraan in de klas zit die heel actief is in zijn parochie… Achteraf diezelfde leerling stiekem apart nemen en haar op het juiste pad zetten natuurlijk. Of dat pad zo juist is volgens Christenen is mijn probleem niet. Ik ben blij als het meisje mij een paar maanden later komt vertellen dat ze terug gelooft in zoveel mooie dingen.